De elementaire rol van water begint al in de eerste 9 maanden van ons leven. Het eerste dat wij drinken is vruchtwater.
Hieronder wat basisinformatie over het thema ‚water’. Dit moet u tot nadenken aanzetten en uw bereidheid verhogen zich nader en intensiever bezig te houden met de stelling: „Water is leven – Water is gezondheid“.
Regulering van de waterhuishouding
De waterhuishouding van de mens is het A-B-C voor de gezondheid. Water wordt
opgenomen via vloeistoffen en vaste voeding, en verschilt
afhankelijk van dorst, honger en eetlust. Water is een
levensvoorwaarde voor de mens. Het aandeel water in het
lichaamsgewicht is daarbij afhankelijk van leeftijd en
geslacht, en bedraagt tussen de 75 % bij nieuwgeborenen en
nog ongeveer 50 % bij ouderen. Daarvan zit er ongeveer 10 %
in het bloed, 70 % in de cellen en 20 % buiten de cellen (weefselvloeistof).
Vloeistof in de cellen en vloeistof buiten de cellen
wisselen doorlopend uit (osmose) zodat voldoende vers water
steeds de cellen voedt.
Tussen het opnemen en uitscheiden van water bestaat gebruikelijk een evenwicht, de zogenaamde waterbalans. Uitscheiding vindt overwegend plaats via de nieren in de vorm van urine, door de huid in de vorm van zweet, via de longen in de vorm van waterdamp en ten slotte ook via de darmen. Verstoringen in de waterhuishouding kunnen een aanzienlijke invloed hebben op verscheidene lichaamsfuncties, zoals bloeddruk, bloedsuikerwaarden of hersenfunctie en kunnen tot ziekte leiden. Als de waterhuishouding in onbalans is, krijgen we dorst. Als we dat opmerken, lijdt het lichaam al tekort aan water. We moeten daarom doorlopend water drinken, ook als we op dat moment geen dorst hebben.
Het hoofdbestanddeel van het water, dat een mens dagelijks opneemt, is nodig om voedingstoffen naar de cellen te transporteren. Om afvalproducten van de stofwisseling te binden en te kunnen afvoeren is het van belang dat het water niet verzadigd is met mineralen.
Water spoelt schadelijke afvalproducten uit ons lichaam en zorgt ervoor dat ontgiftprocessen beter kunnen verlopen. Water werkt reinigend in de cellen en is verantwoordelijk voor het afvoeren van slakken, afvalstoffen en andere resten.
In ons lichaam werkt water als oplosmiddel voor onze voeding, zodat deze kunnen worden getransporteerd en verteerd. Evenzo dient water om velerlei schadelijke stoffen te verdunnen.
Een andere belangrijke taak van water is het regelen van de lichaamstemperatuur. Naast andere regelmechanismen draagt ook het zweten ertoe bij om de lichaamstemperatuur constant op ongeveer 37 °C te houden, onafhankelijk van hoe koud of warm het buiten het lichaam is.
Wat is elektrolythuishouding eigenlijk?
Onder de elektrolythuishouding verstaat men de balans van de voor het leven noodzakelijke elektrolyten in het lichaam. Daartoe behoren de minerale stoffen natrium, kalium, calcium, chloride, fosfor, zwavel en magnesium. Voor het instandhouden van de elektrolythuishouding heeft het lichaam niet alleen behoefte aan voldoende toevoer van water maar vraagt ook een uitgebalanceerde hoeveelheid elektrolyten. Mineralen in het water (leidingwater, mineraalwater) zijn van anorganische kwaliteit (niet-levende substantie) en niet bijzonder geschikt voor de behoeften van de cellen. Het lichaam kan mineralen uit fruit, groente, granen en vlees beter benutten, omdat deze in organische vorm (levende substantie) aanwezig zijn. Als de anorganische mineralen niet worden benut, moeten ze door de nieren worden uitgescheiden of zetten ze zich in het slechtste geval in het weefsel af. Het bestand aan elektrolyten vullen we aan door vruchten, groenten, granen of dierlijke producten te eten en op deze manier organische mineralen tot ons te nemen, die het lichaam snel kan benutten en verteren. Deze organisch gebonden mineralen mogen niet ontbreken om ons actief en gezond te houden.
In het lichaam spelen zich doorlopend chemische processen af. Stofwisseling, spierarbeid, zenuwsignalering – al dit zou niet mogelijk zijn zonder deze chemische processen. Zuren en basische stoffen moeten in balans zijn. Als dat niet het geval is, leidt dat voor het lichaam tot een ongunstige toestand van de stofwisseling. Des te belangrijker wordt daarbij de betekening van een kwalitatief hoogwaardig waterig milieu.
